De twee vleugels van wijsheid

De boeddhistische praktijk is voor veel westerlingen gelijk aan mediteren. In het Oosten is dat vaak helemaal niet het geval. Daar zal men eerder een mantra reciteren, een boeddhistische hymne zingen, een bodhisattva of Boeddha eren. Ook in de tradities die zich vooral op meditatie baseren, gaan inzicht door meditatie en mededogen in mekaar over. 

Mediteren is een levenslange bewustzijnstraining.

Om te mediteren zijn kalmte, aandacht en inzicht nodig, maar net zo essentieel is het element herhaling. We zullen altijd nieuwe bewustzijnslagen vinden waarin groeikansen zitten. Mediteren is een volgehouden training in naar binnen kijken en in de praktijk vaststellen dat ons ‘zelf’ een conditionering en een constructie is. In de praktijk komt dat neer op je zoveel mogelijk proberen te herinneren dat elke grens tussen jezelf en de rest van de wereld kunstmatig is.

Boeddhisme is een 2500 jaar lange zoektocht naar de combinatie van mediteren en een positieve sociale omgeving creëren. In het westen vergeten we gemakkelijk dat meditatiepraktijken in het oosten niet op zichzelf staan maar onderdeel uitmaken van een grondige training in moreel besef, psychologische kennis en leren samenleven in een gemeenschap. Eigenschappen als oprechtheid, vriendelijkheid, soberheid en hulpvaardigheid zijn wellicht sterkere krachten om onszelf te veranderen dan mediteren op zich. Mediteren is vooral individueel onderzoeken wat ons tegenhoudt om die eigenschappen toe te passen.

Om jezelf écht te kunnen zien, heb je in je huidige situatie anderen nodig als spiegels. Daarom creëerde Boeddha naast zijn eigen voorbeeld en het bestuderen van de Dharma, een derde pijler: de gemeenschap met anderen, de ‘Sangha’. Alleen al in groep mediteren is veel krachtiger en meer bemoedigend om door te gaan dan in je eentje te zitten. Om onze psychische muren te durven doorbreken, hebben we ook de veilige omgeving nodig van zielsverwanten die ons steunen en aanmoedigen, of ons liefdevol confronteren met onze verstarringen.

Mediteren als zelfonderzoek blijft de basispraktijk. Meditatie maakt ons zachter en leert ons aanvaarden wat is, leert stoppen met oordelen over hoe we zijn en stoppen met streven naar hoe we anders zouden moeten zijn. Deze mildheid kunnen we uitbreiden naar hoe we omgaan met anderen. Een regel in dit omgaan is luisteren zonder tussen te komen. Ieder zet zijn eigen ervaring naast die van de ander, in het besef dat er niet één grote waarheid is. Dit komt neer op oefenen in mededogen: wat kan ik doen voor de ander in plaats van enkel voor mezelf? Deze omkering van het perspectief helpt de groepsleden om hun ego te durven loslaten en te ervaren dat we ons meestal onnodig beschermen en dus de ander ook onnodig veroordelen, aanvallen, in de steek laten…

Een stap verder is opkomen voor een eigen behoefte of mening, deze naast die van een ander te zetten, zonder druk uit te oefenen. Echte verbondenheid is respect voor de eigenheid van de ander. Als je niet langer strijdt, merk je hoe je eigenheid op één of andere manier vanzelf gaat samen stromen met die van de ander, zonder de behoefte om totaal samen te vallen.

Mediteren is inzicht en mededogen.

Mediteren is fundamenteel tot rust komen, aanvaarden wat is. Dat is zelfinzicht. Er is ook een ruimer inzicht, als we aanvaarden dat anderen fundamenteel net zo zijn als wijzelf, met dezelfde behoeften. Als we dat inzien, komen we uit bij mededogen. Het oefenen van inzicht leidt tot mededogen en vice versa.

Soms is het moeilijk om rust te vinden en te aanvaarden wat er in ons opkomt, hoe we zijn of hoe anderen zijn. Het is dan nuttig om mediteren te zien als het oefenen van vaardigheden. Boeddha noemde dit het cultiveren van de geest. We kunnen onze geest cultiveren in de vier fundamentele vaardigheden (of heilzame bewustzijnsvormen); liefdevolle vriendelijkheid, mededogen, medevreugde en gelijkmoedigheid.

Als rust en aanvaarding moeilijk zijn, kunnen we oefenen in gelijkmoedigheid. Door het vermogen om neutraal naar onszelf en anderen te kijken, zonder ons te laten meeslepen door onze reacties. Als we merken dat we eerder onverschillig en afstandelijk worden, kunnen we dit weer in evenwicht brengen door meer mededogen en liefdevolle vriendelijkheid op te wekken.

We kunnen ook gebruik maken van de lichte en vrolijke energie die medevreugde bezorgt. We kunnen stilstaan bij successen of plezierige gebeurtenissen van anderen. Als mededogen met onszelf of anderen te moeilijk is, kunnen we proberen om in concrete situaties wat vriendelijker te zijn voor onszelf en anderen.

Net als met alle inspanningen gaat het in het mediteren dus om het juiste doseren van vaardigheden. Boeddha gaf hiervoor enkele aanwijzingen die zowal systematisch als vanzelfsprekend zijn. We kunnen best zo snel mogelijk vaststellen dat er onheilzame gedachten opkomen en voorkomen dat ze zich verder ontwikkelen. We kunnen de onheilzame gedachten die al opkomen zijn loslaten. We kunnen actief heilzame gedachten laten opkomen. En tenslotte kunnen we de heilzame gedachten die al opkomen zijn verder cultiveren.

Ik stel vast dat ik achteraf met een oordeel zit over dit artikel; misschien komt het wat te belerend over. Als ik die onheilzame gedachte loslaat, kom ik bij een meer positieve benadering: wellicht kan het geen kwaad dat we al die lessen van de Boeddha keer op keer herhalen. Niet?

De Vlaming Ksaf Vandeputte (1952) werkt als maatschappelijk werker en psychotherapeut. Hij is zeer geïnspireerd door het boeddhisme, meditatie en psychotherapie vormen volgens hem twee polen van eenzelfde gebied. Hij is lid van twee sangha’s in Vlaanderen en gewijd door Dharmavidya (David Brazier), maar even goed geïnspireerd door Thich Nhat Hanh en Ton Lathouwers.